16

aug

Lagere transitievergoeding voor kleine MKB-er

Arbeidsrechtblog

Vanaf 1 juli 2015 zijn werkgevers in bijna alle gevallen waarin een arbeidsovereenkomst op hun initiatief eindigt aan werknemers de transitievergoeding verschuldigd. Waarschijnlijk vertellen we u hiermee niets nieuws, maar wist u ook al dat de transitievergoeding in sommige gevallen lager is? Voor kleine werkgevers is er namelijk een mogelijkheid om de hoogte van de transitievergoeding – in bepaalde gevallen – aanzienlijk te beperken.

Overbruggingsregeling transitievergoeding kleine MKB-er

Voor met name kleine werkgevers - met een slechte financiële situatie - kan het verschuldigd zijn van de transitievergoeding ertoe leiden dat de financiële situatie nòg slechter wordt of zelfs het voortbestaan van de onderneming in gevaar komt. Daarom heeft de wetgever de Overbruggingsregeling transitievergoeding in het leven geroepen. Op grond van deze regeling - die geldt tot 1 januari 2020 - zijn kleine werkgevers een lagere transitievergoeding verschuldigd. De regeling kent de volgende voorwaarden:

  • de werkgever heeft in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst gehad;
  • de arbeidsovereenkomst is geëindigd op grond van bedrijfseconomische omstandigheden, die het gevolg zijn van de slechte financiële situatie van de werkgever;
  • de werkgever moet in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zal plaatsvinden verlies hebben geleden;
  • de waarde van het eigen vermogen van de onderneming negatief was aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt;
  • de kortlopende schulden aan het einde van het boekjaar, voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, groter waren dan de vlottende activa.
Het geschil

Bij de rechtbank Oost-Brabant speelde zich onlangs een zaak af inzake de Overbruggingsregeling. Werkneemster was vanaf 1 april 1997 tot 1 februari 2016 in dienst bij een cartografisch bedrijf. Werkgever heeft op 10 juli 2015 voor werkneemster een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV vanwege bedrijfseconomische redenen. Daarbij heeft werkgever zich beroepen op de Overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers. Het UWV heeft in verband hiermee vanaf 1 juli 2015 de taak om verzoeken om een verklaring Overbruggingsregeling transitievergoeding te behandelen.

Bij beschikking van 11 augustus 2015 heeft het UWV de door de werkgever gevraagde toestemming verleend, maar hierbij ook verklaard dat de werkgever niet aan alle voorwaarden voldoet voor de Overbruggingsregeling. De werkgever had in 2012 namelijk nog een positief nettoresultaat behaald. Zij voldeed daarmee niet aan het vereiste dat over de voorafgaande drie boekjaren een negatief resultaat moet zijn behaald.

Vervolgens heeft de werkgever naar eigen zeggen - vanwege drukte in de maanden november 2015 tot en met januari 2016 -  de arbeidsovereenkomst met werkneemster opgezegd met ingang van 1 februari 2016, met inachtneming van een langere opzegtermijn. Aan werkneemster is met toepassing van de Overbruggingsregeling een lagere transitievergoeding betaald. Volgens de werkgever is bij de berekening rekening gehouden met de Overbruggingsregeling. Daarbij is als referteperiode de jaren 2013, 2014 en 2015 als uitgangspunt genomen. Gaat de kantonrechter hierin mee?

Het antwoord is: nee. Volgens de kantonrechter staat in deze zaak vast dat werkgever de arbeidsovereenkomst met werknemer – gelet op de opzegtermijn – reeds in 2015 had kunnen opzeggen. Daarnaast heeft werkgever een afwijzende verklaring van het UWV ontvangen ter zake van het beroep op de Overbruggingsregeling. De werkgever heeft de werkneemster nimmer laten weten het niet eens te zijn met deze verklaring. Volgens de kantonrechter brengt goed werkgeverschap met zich dat de werkneemster wat betreft de toekenning van een transitievergoeding en de hoogte hiervan goed geïnformeerd wordt.

Naast goed werkgeverschap volgt naar het oordeel van de kantonrechter ook uit een redelijke uitleg van de regelgeving dat werkgever niet in aanmerking komt voor de Overbruggingsregeling. De ontslagvergunning van werkneemster is verleend met inachtneming van de (toekomstige) bedrijfsresultaten van werkgever en de hoogte van de toe te kennen transitievergoeding. De Ontslagregeling geeft volgens de kantonrechter geen ruimte om (achteraf) ‘een knip te maken’ tussen de aanvraag van een ontslagvergunning en een aanvraag voor een verklaring waarin staat dat de werkgever voldoet aan de voorwaarden voor de Overbruggingsregeling.

Conclusie

Bovengenoemde uitspraak van de kantonrechter wekt toch enige verbazing. De werkgever voldoet weliswaar aan de voorwaarden inzake de Overbruggingsregeling, maar wordt desondanks door de kantonrechter teruggefloten. Opmerkelijk is dat de kantonrechter in zijn afweging de ‘open norm’ van het goed werkgeverschap laat prevaleren boven de letterlijke tekst van de Overbruggingsregeling.  Hoewel deze uitspraak uiteindelijk niet goed uitpakt voor deze werkgever, biedt de Overbruggingsregeling voor kleinere MKB-bedrijven – mits voldaan aan de voorwaarden – wel een mogelijkheid om de kosten van de transitievergoeding te verlagen. Dat de gestelde voorwaarden door de rechter streng getoetst worden blijkt wel uit deze zaak. Wilt u zich beroepen op de Overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers? Neemt u dan contact met ons op. Wij onderzoeken graag of uw bedrijf voor deze regeling in aanmerking komt. Voor verdere vragen over dit artikel kunt u ook altijd bellen of mailen!
 

Nieuws
Ontwikkeld door Time2impress

Menu